Deel 1: Checklist practicum en onderzoek

Aandachtspunten

Docent en toa

  • Docent en/of toa aanwezig bij practicum.
  • Docent beslist dat proef om didactische redenen nodig is en dat er geen veiliger of milieuvriendelijker alternatief is.
  • Docent en toa zijn op de hoogte van regels en procedures in de vakgroep t.a.v. veiligheid en milieu.
  • Docent en toa zijn vakinhoudelijk voldoende geschoold om gevaren van het practicum te onderkennen.
  • Docent en toa hebben klas in de hand.
  • Docent en toa zijn voorgelicht en geschoold t.a.v. van veiligheid en milieuaspecten bij practica:
    • Kennis: onderkennen gevaren, kennen de veiligheidsprocedures en zijn op de hoogte van afspraken in de sectie.
    • Vaardigheden: kunnen veiligheidsprocedures toepassen en in noodsituaties de juiste maatregelen nemen.
    • Attitude: onderkennen gevaren en houden daar rekening mee.

Leerlingen

  • Aantal leerlingen in de klas.
  • Kennis van de leerlingen wat betreft vakinhoud, materialen en apparaten.
  • Vaardigheden van leerlingen in het omgaan met apparatuur, gereedschap, materialen, stoffen, biologische agentia enz.
  • Groep is rustig en houdt zich aan regels.
  • Leerlingen voorgelicht t.a.v. veiligheid en milieuaspecten:
    • Kennis: weten wat de gevaren en veilige procedures zijn.
    • Vaardigheden: kunnen veilige procedures toepassen en weten in nood de juiste procedures te volgen.
    • Attitude: onderkennen gevaren en handelen daarmee in overeenstemming.

Materialen

  • Practicummateriaal en gereedschap zijn in voldoende mate aanwezig.
  • Risico’s van meetapparatuur, instrumenten en practicummaterialen zijn bekend. (Bijvoorbeeld: sterk/zwak stroom, glaswerk, snijden.)
  • Bij de practicuminstructie en voorschrift is rekening gehouden met veiligheids- en milieuaspecten.
  • Er is voldoende informatie voor leerlingen over veilig werken met de materialen en apparatuur van het practicum.
  • Apparatuur, gereedschap en materialen voldoen aan de veiligheidsregels.
  • Stoffen en biologisch materiaal in veilige hoeveelheden aanwezig en van de nodige waarschuwingspictogrammen voorzien.
  • Leerlingen kunnen veilig met apparatuur omgaan.
  • Er is voldoende materiaal aanwezig om leerlingen te beschermen (jassen, brillen, handschoenen e.d.).
  • Er is voldoende materiaal aanwezig om leerlingen practica veilig uit te laten voeren.
  • Er zijn maatregelen genomen voor de juiste procedures bij verwerking afval.
  • Distributie en opruimen van de materialen gebeuren volgens een veilige overzichtelijke manier en bekende procedures.

Lokaal

  • Lokaal is groot genoeg voor het aantal leerlingen.
  • Werkbladruimte en plaatsing werkbladen zijn zo dat leerlingen voldoende ruimte hebben om de proef veilig uit te voeren.
  • Opstelling van practicum tafels is zo dat er voldoende toezicht op handelingen van de leerlingen is.
    • Voor docent alleen.
    • Voor docent en toa samen.
    • Voor toa alleen.
  • Er is voldoende loopruimte om als er iets gebeurd snel bij leerlingen te komen of veiligheidsmaterialen te kunnen pakken?
  • Loopruimte wordt niet belemmerd door stoelen, tassen e.d.
  • Veiligheids- en beschermingsmateriaal is (in voldoende hoeveelheden) aanwezig lokaal is aanwezig (oogdouches, afzuiging, zuurkasten, EHBO-materiaal, noodstop gas en elektra, blusser e.d.).
  • Er zijn voldoende vluchtroutes en ontruimingsprocedure is bekend.

Sectie/vakgroepbeleid

  • Er is in de sectie voldoende kennis over veiligheids- en milieuaspecten.
  • Er zijn in de sectie/vakgroep afspraken over veiligheids- en milieubeleid.
  • Afgesproken procedures en voorschriften voor practica worden vastgelegd en bekend gemaakt bij alle docenten en toa’s.
  • Er wordt bij de voorbereiding van een proef rekening gehouden met veiligheids- en milieuaspecten en afspraken in de vakgroep/sectie.
  • Ongevallen en bijna ongevallen worden genoteerd, om de procedures en voorschriften aan te passen.
  • Arbo-taken worden op de juiste wijze gedelegeerd aan docenten en toa’s.

 

 

 

Deel 2: Aandachtspunten zelfstandig onderzoek

 

Als docent (en toa) zijn overeengekomen dat leerlingen experimenten zelfstandig zonder toezicht kunnen alleen uit kunnen uitvoeren dan zijn er een aantal extra aandachtspunten:

Als niemand toezicht houdt

  • Docent is op de hoogte van wat leerling doet.
  • Veiligheidsaspecten van de proef zijn met de leerling besproken en er wordt toezicht gehouden dat leerlingen zich aan voorschrift houden.
  • Leerlingen zijn in staat (kennis, vaardigheden en attitude) om experiment veilig uit te voeren.
  • Ruimte waarin leerlingen werken bevat geen apparatuur en materialen e.d. die risico’s voor leerlingen of anderen kunnen geven.
  • Andere leerlingen hebben geen toegang tot de ruimte waarin leerlingen werken.

Als toa toezicht houdt

  • Docent en toa zijn op de hoogte van wat leerlingen moeten doen.
  • Docent heeft taken op de juiste manier gedelegeerd aan toa.
  • De toa is daadwerkelijk in de ruimte aanwezig en door werkzaamheden niet verhinderd om toezicht te houden.
  • Werkzaamheden toa leveren geen risico’s op voor veiligheid leerlingen.