Checklijst Instrueren

Stap 1. VOORBEREIDING:

  • Bepaal het doel van de instructie: welk gedrag wordt van de medewerker verwacht na de instructie.
  • Zorg, dat u weet wie er komt en wat hij al van het werk weet.
  • Zorg voor de goede instructie in stappen en kritische punten. (de inhoud is het verschil tussen wat men moet weten en wat men al weet)
  • Zorg, dat het overige instructiemateriaal beschikbaar is.
  • Maak voldoende tijd vrij.
  • Maak met deze gegevens een instructie-plan

Stap 2. VERTEL WAT U GAAT VERTELLEN.

  • Stel de betrokkene op z'n gemak door een inleidend gesprek.
  • Vertel waarom het voor hem belangrijk is de instructie goed te volgen.
  • Loop eerst een keer rond voor de eigenlijke instructie.
  • Ga na, wat de betrokkene al weet van het bedrijf en van het werk.
  • Controleer, wat de betrokkene weet over huisregels en veiligheid.
  • Geef een overzicht van wat u gaat doen en wat u van hem daarbij verwacht.
  • Probeer na te gaan, wat hij van de nieuwe taak verwacht.

Stap 3. VERTEL HET.

  • Vertel en laat het werk zien volgens de belangrijke stappen van de instructie.
  • Doe zo nodig het werk voor.
  • Schenk vooral aandacht aan de kritieke punten. Waarschuw ook, als een kritiek punt aan de orde is.
  • Controleer per stap, of de instructie begrepen is. Ga niet naar een volgende stap, als de betrokkene de vorige stap nog niet begrepen heeft.
  • Let goed op, of de betrokkene de instructie aandachtig volgt.
  • Ga in op vragen. Wat voor u logisch is, hoeft voor hem niet logisch te zijn.
  • Let op het tempo, niet te snel.

Stap 4. CONTROLEER.

  • Laat hem onder uw leiding het werk uitvoeren.
  • Laat hem daarbij vertellen, wat de belangrijke stappen en de kritieke punten zijn.
  • Ga na, of hij het belang van het goed uitoefenen van de functie kan navertellen.

Stap 5. VOLG HEM IN DE PRAKTIJK.

  • Stel hem in een kort afrondend gesprek in de gelegenheid nog open staande vragen te stellen.
  • Vertel, dat u verwacht, dat hij het werk nu zelfstandig kan doen.
  • Geef aan, hoe u hem in het begin zult volgen.
  • Geef aan, op wie hij eventueel kan terugvallen voor hulp.
  • Bezoek hem af en toe persoonlijk voor hulp en controle.