Als het gaat over een droom die vaker (op verschillende manieren) terugkomt, dan is het fijn als je een algemeen verhaal over de dromen opschrijft, zo van: "meestal gaat het zus of zo, soms weer anders in dit type dromen". Maar daarmee is een droom nog niet te begrijpen. Je dus ook de hele droom zelf erachteraan schrijven, en wel van het begin tot aan het einde. Zo wordt het mogelijk, een gevoel over een droom te krijgen. Een verhaal ver de dromen alleen is dus meestal niet genoeg.

 


                    1: plaatsen;
                    2: gebeurtenissen;
                    3: personen (dieren);
                    4: bijzonderheden;
                    5: kleuren;
                    6: gevoelens in en na de droom;

                    7: dag vr de droom;
                    8: achtergrondinfo.

 


1: plaatsen. Welke verschillende plaatsen vind je in je droom? (huis, bos, markt, straat, flat enz).

2: gebeurtenissen. Wat gebeurde er op de verschillende plaatsen?

3: personen (dieren). Wie zijn er allemaal bij? Zijn er mensen die je herkent en zo niet, beschrijf dan s.v.p. hoe ze er uit zien. Schrijf ook, hoe de dieren eruit zien. 'Een hond', dat zegt niet genoeg. Is het bijv. een grote of kleine hond, hoe groot, welke kleur, welk ras, enz.

4: kleine bijzonderheden. Details zijn heel belangrijk in dromen. In een gewoon verhaal is het overdreven om zulke finesses allemaal precies op te schrijven. Maar in een droom moet het juist wl. Die kleine details hebben vaak veel betekenis. Ik probeer een droom te voelen, maar meestal moet ik hem ook analyseren om op het goede spoor te komen. Dus zet alle details erin die je weet.

5: kleuren. Kleuren hebben vaak een symbolische betekenis. Bijvoorbeeld de trui die iemand aan heeft, de auto waarin gereden wordt. Vooral als de kleuren anders zijn als wat je gewend bent.

6: gevoelens in en na de droom. Of je huilt, lacht, boos bent, twijfelt, bang bent enz. Van jezelf en de anderen IN de droom, maar ook je eigen gevoelens NA de droom, toen je wakker werd. En of die gevoelens nog lang bij je bleven.

7: dag (of laatste tijd) vr de droom. Vaak is een droom een antwoord op een gedachte of gevoel wat je de dag vr de droom gehad hebt. Of op een probleem waar je toen mee bezig was. Schrijf dus bij de droom waar je de dag ervr in gedachten mee bezig geweest bent, zo komen we erachter waar de droom over gaat. Soms vind je niets bij de dag vr de droom wat met de droom te maken zou kunnen hebben. Dat kan gebeuren. Want niet elke droom gaat over iets waar je de dag ervr over nagedacht hebt. Maar dan kan het ook nog zijn, dat het gaat over een onderwerp of over een probleem waar je in de laatste tijd voor de droom mee bezig was. Soms zelfs de laatste jaren. Als het bijv. om problemen thuis gaat, dan is het voor mij belangrijk om te weten wat voor een tijd je toen meegemaakt hebt: misschien had je toen problemen op school, of thuis. Als ik iets van die problemen weet, dan kan ik daarmee soms de droom opeens snappen. Dus kijk niet alleen naar de dag, maar ook naar de laatste tijd, of laatste jaren vr de droom. Als je die dingen erbij schrijft, dan kom ik misschien z op een idee over wat de droom betekent.

8: achtergrondinfo. Dat is informatie die ik nodig heb om de situatie te begrijpen waar je in zit, dingen die ik niet uit mezelf kan weten.

        Bijvoorbeeld:

  • Je leeftijd, of je man of vrouw bent en hoe je woont , nog bij je ouders, alln of samen, of dat je bijv. getrouwd bent met kinderen, zijn vaak k belangrijk voor een droomuitlegger. Om de situatie te begrijpen waarin je leeft. Als een 13-jarige over omgang met andere mensen droomt betekent het meestal iets anders dan als een 45-jarige dat doet. Een droom kan eerder te begrijpen zijn als je ook een idee geeft, over wat voor iemand je eigenlijk bent.

  • Als het bijv. over iemand gaat waar je verliefd op bent, dan is het belangrijk om te zeggen bijv. of je al een partner hebt, hoe lang je op die persoon verliefd bent, hoe lang je al zonder partner zit enz. Gewoon, op welke manier liefde meespeelt in je leven.

  • andere informatie, waarvan je het gevoel hebt, dat hij goed is om te vertellen. Je moet begrijpen dat ik niets van je kan weten.